Senior (FNV) 2, 2018 Het geluk van het ouder worden

Door Joep Dohmen

Langzaam loop ik tegen de 70. Mijn oude moeder (92), over wie ik hier af en toe schreef, is intussen gestorven. Op het laatst was er niet meer veel van haar over: amper 40 kg, veel pijn, angst en vergetelheid. Die vervloekte Alzheimer heeft het laatste stuk van haar leven flink verpest. Net als alle kinderen van wie de ouders gestorven zijn, voel ik me wees en weet ik: nou kom ik zelf aan de beurt. Ouder worden is ook een manier om afstand te nemen: je begint je leven als een geheel te zien. Je keert terug naar de oorsprong en naar je jeugd. Je beleeft nog een keer de hoogte- en dieptepunten. En dan kijk je naar voren, naar je eigen laatste stuk. Zelf ben ik hoopvol en benieuwd: hoe zal het zijn?

Een van de grootste inspiratiebronnen voor een goede oude dag is de Franse schrijfster Benoite Groult. Ze stierf twee jaar geleden op 96 jarige leeftijd. Ik heb de meeste van haar boeken verslonden. Ze gaan over het leven van vrouwen, over het moederschap, over onmogelijke mannen, over seks en over de liefde voor het leven. Zelf hou ik het meest van haar kijk op het ouder worden. Op een keer las ik bij haar over het grootste voorrecht van de ouderdom: dat je niet meer de schijn hoeft op te houden en dat je gerust een hekel mag hebben aan mensen aan wie je echt de pest hebt. Zelf vond ik altijd dat je tolerant moet zijn. Wat een opluchting, dacht ik ineens.

De teksten van Groult zijn heel opwekkend. Dit is de mooiste, niet omdat de schrijfster ons laat zien wanneer het voor haar niet meer hoeft, maar wat er nog voor ons in het vat kan zitten als we ouder worden:‘Wanneer ik niet meer kan lezen, geen chocola meer kan eten als ik daar ontzettend veel zin in heb, en niet meer bij springvloed over het strand kan lopen op zoek naar garnalen; wanneer de anderen mij door hun verstandige praat zover hebben dat de wijn me niet meer smaakt; wanneer ik me niet meer domweg gelukkig voel als ik s’ ochtends de luiken openmaak zodat het licht naar binnen kan stromen; wanneer ik niet meer de moed heb over het weer te klagen zoals ik mijn hele leven enthousiast gedaan heb; wanneer ik alleen nog maar kan jammeren in plaats van vloeken; wanneer ik geen vlieg meer kwaad doe; wanneer ik aan mijn cholesterol denk voordat ik een lepeltje zoute boter snoep; wanneer ik jaloers word op wat anderen doen; wanneer ik niet meer met mijn knieën op de grond kan gaan liggen om mijn tuin iets in het oor te fluisteren; wanneer ik liever ga slapen dan uitgaan met mijn beste vriend. Wanneer ik tenslotte voel wat men ‘het gewicht der jaren’ noemt en niet meer geniet van die onbestemde leeftijd die je in je dromen hebt, en ik me laat beïnvloeden door het vonnis van de spiegel in plaats van te vertrouwen op mijn innerlijke zekerheden; kortom, wanneer ik geen plezier meer heb in mijn plezier en teveel verdriet van mijn verdriet: dan zal ik niet langer meer willen leven. Want het leven, dat ben ik. Ik alleen.’ Uit: Benoit Groult: Een eigen gezicht.